Breuken

Klik hieronder: Je wordt direct doorverwezen naar het onderwerp.

Introductie

Een breuk is een deel van het geheel. Breuken bestaan uit de teller en de noemer. De noemer vertelt in hoeveel stukken het geheel is verdeeld, en de teller vertelt hoeveel van deze stukken je gebruikt.

3   .......      Teller

4   .......       Noemer

In figuur 1 is de taart in vier stukken gesneden. Dus de noemer is 4. In figuur 2 missen wij ¼ stuk van de taart en 3 stukken zijn dus overgebleven. In dit geval is de noemer 3.

Met breuken kun je aangeven hoeveel je van 'iets' hebt. Je kunt een taart bijvoorbeeld in 4 stukken snijden. 1 stuk van de taart is dan 1/4. Het cijfer boven de streep vertelt hoeveel stukken taart je hebt en wordt de teller genoemd.

Figuur 1

Als je twee stukken pizza hebt, heb je 2/4 deel van de taart. De teller staat dan op 2, omdat je 2 stukken hebt. De noemer staat nog steeds op 4, omdat het totaal aantal stukken gelijk is gebleven.

Figuur 2

2/4 is hetzelfde als 1/2 (want je kunt zowel de teller als de noemer delen door 2).